Maandelijks archief: juli 2017

getver, van Gogh

De Opgebroken Noordstraat met spitters uit april 1882. Van Gogh vond composities met meerdere figuren een moeilijke opgave, ondanks dat hij een aantal van de karakters al eerder in tekeningen gebruikte. Hij maakte deze tekening vanuit het huis van de moeder van Sien.
De Opgebroken Noordstraat met spitters uit april 1882. Van Gogh vond composities met meerdere figuren een moeilijke opgave, ondanks dat hij een aantal van de karakters al eerder in tekeningen gebruikte. Hij maakte deze tekening vanuit het huis van de moeder van Sien.

Een half jaar na de zelfmoord van Vincent in 1890 overleed zijn broer Theo waarna zijn handige vrouw, Jo van Gogh-Bonger, ervoor zorgde dat de 900 brieven die Vincent aan haar man schreef werden uitgegeven. Zo kregen de schilderijen voor eens en voor altijd een dramatische context; deze zet droeg enorm bij aan de bekendheid van de waarschijnlijk aan borderline ten onder gegane amateuristische schilder. De schilderijen zelf werden als waardeloos beschouwd. Vincent had door de toelage van zijn broer overigens meer te besteden dan een leraar aan een middelbare school in die tijd. Niks armlastige kunstenaar.

Helene Kröller-Müller bezat de grootste privé kunstcollectie van Europa en het feit dat ze het door Jo van Gogh-Bonger vrijgekomen werk van Vincent van Gogh hierin opnam droeg bij aan de bekendheid en de waarde. Op aandringen van de Haagse kunstonderwijzer Bremmer, die de eerder genoemde brieven had gelezen, kocht Helene namelijk in totaal 87 schilderijen van van Gogh. Het kwam voor dat ze binnen een tijdsbestek van drie dagen met 15 schilderijen van Vincent thuiskwam. Een deel van de van Gogh’s stuurde ze, met de in het Engels vertaalde brieven, op een zorgvuldig uitgestippelde tournee door Amerika waardoor zijn naam wereldwijd bekend werd. Tijdens de crisis is de jaren 20 werd haar verzameling aan het rijk overgedaan en trof z’n uiteindelijk bestemming in het Kröller-Müller museum. In 1962 deden de nazaten van Jo van Gogh-Bonger hetzelfde en verkochten hun collectie voor 15 miljoen gulden aan de Nederlandse staat; die schilderijen vormen de basis voor het van Gogh museum. Marketing loont.

Vincent van Gogh woonde een tijd in de Hofstad en kreeg van zijn in kunst handelende Amsterdamse oom opdracht om 12 goed verkoopbare stadsgezichten van Den Haag te schilderen: oom Cornelis was met het resultaat allerminst tevreden. Gedurende die periode had Vincent een relatie met een prostituee; daarmee gaf hij blijk ineens wél economisch inzicht te hebben.

Aan de hand van de tekening bij dit stukje die Vincent in Den Haag heeft gemaakt kan je stellen dat elementaire kennis van perspectief niet tot hem is doorgedrongen, alle figuren maken bovendien een hoekige indruk omdat de menselijke anatomie hem volslagen vreemd was. Kijk bijvoorbeeld naar de hangende arm van het meest linker figuur. Onderlinge verhoudingen zijn ook ver te zoeken, vergelijk maar eens de reusachtige “uitgewerkte” schepper links van het gat met z’n miniatuur collega (zonder schep!) rechts ervan. Door het ontbreken van schaduw lijken de figuurtjes ook nog eens te zweven. Vincent is niet voor niets met een smoel vol rottende tanden in record tempo van de academie in Antwerpen geflikkerd en gevlucht naar Frankrijk.

De bijdrage van van Gogh aan de kunstgeschiedenis is mijn inziens, behalve de niet aflatende ijver en gevoel voor marketing van Jo van Gogh-Boger en Helene-Kröller-Müller plus zijn dagboekbrieven, waarschijnlijk toe te schrijven aan zijn kleurgebruik (veelal direct uit de tube, mengen is voor prof’s) en de manier waarop de kwast zich op het doek beweegt. Daarvan zijn rond de tijd waarin Vincent van G. schilderde sterkere voorbeelden: William Turner, Paul Serusier, Alfred Sisley …
Het plaatsen van een product in een vooraf nauwkeurig bepaald traject is blijkbaar essentieel voor de, nadien toegevoegde, waarde.

Met koestering voor mooie zaken & liefdevolle groet,
Jacob

FacebooktwitterpinterestFacebooktwitterpinterest deel dit