Haags licht & Hollandse luchten

In de schilderkunst moet men het ‘van boven’ hebben: “licht en lucht zijn de grote tovenaars” aldus prominent vertegenwoordiger van de Haagse School J. H. Weissenbruch (1824-1903). Lucht schept ruimte en licht maakt kleuren zichtbaar. Haags licht & Hollandse luchten. 

de verftube

Vanaf de Renaissance krijgt men meer inzicht in kleur en licht als natuurkundige verschijnselen. Onder andere Caravaggio, Giorgione, Honthorst (Gerardo della Notte) en Rembrandt passen licht door claire-obscure op een bijzondere manier toe, Nederlandse landschapschilders uit de zeventiende eeuw waren dan weer beroemd om hun luchten; ruim een kwart van alle schilderijen uit die periode waren landschappen en vanwege de kleine ijstijd (15e tot en met de 19e eeuw) veelal wintertafereeltjes.

Landschapschilderijen kwamen voor de uitvinding van de verftube niet in de buitenlucht tot stand maar in het atelier van de kunstenaar. Paulus Potter (1625-1654) schilderde talrijke dieren in zijn atelier zoals Jan van Goyen (1596-1656) dat deed met zijn wolkenluchten. Deze schilders waren een periode woonachtig aan de Bierkade in Den Haag op een steenworp afstand van waar, ongeveer gelijktijdig, Spinoza (1632-1677) lenzen maakte en een pleidooi voor de vrijheid van meningsuiting schreef en de uitvinder van het slingeruurwerk, Christiaan Huygens (1629-1695) excelleerde in de astronomie, wiskunde, natuurkunde en tijdmeting. Christiaan verklaarde overigens als eerste licht als golfverschijnsel.

Omdat verf niet meer uitdroogde, bewerkstelligde de verftube een omwenteling in de kunst.  De impressionisten zorgden door deze uitvinding voor een hernieuwde opbloei van landschapsschilderijen die men ditmaal werkelijk buiten schilderde, zoals te zien is op de studie van Claude Monet (1840–1926) van de Kathedraal van Rouen. Afhankelijk van het tijdstip verandert de spectrale samenstelling van licht: ’s morgens en ’s middags overheerst het blauwe spectrum en ’s avonds het rode. Daglicht en kunstlicht intensiveerde de werkelijkheid vervolgens zozeer dat het bij Seurat uiteenviel in het pointillisme.

Ook Vincent van Gogh woonde een periode in Den Haag, daar kwam hij in contact met schilders van de Haagse School. Vincent heeft in zijn latere leven trouwens ook pointillistisch geschilderd: kleine puntjes primaire kleuren die zich in de hersenen weer mengen tot een volledig kleurenpallet. Omgekeerd schilderen zou je kunnen zeggen. Persoonlijk hou ik daar niet zo van, de enige punt die ik werkelijk het einde vind is het leesteken.

FacebooktwitterpinterestFacebooktwitterpinterest deel dit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *